Een dag thuis dus.....
Zo’n dag van heerlijk niks..... en gewoon kunnen uitzieken.....
Geen schoolgedoe, geen rinkelende telefoons, of piepende laptop op je bureau......
Gewoon de sta-opstoel in standje achterover, dekentje erbij, kop thee in de hand......
Maar ja… “niks” bestaat natuurlijk niet......
In je hoofd staat de school gewoon aan, ook als jij dat officieel niet bent.......
Dus ’s morgens toch nog even wat geregeld.... Berichtjes hier, telefoontje daar, nog eens checken of alles liep zoals het moest.....
Stand-by gebleven, voor het geval er ergens een probleem zou opduiken.....
Je kent het wel: je zit thuis, maar in gedachten sta je nog gewoon op de werkvloer......
Pas tegen de middag begon het gevoel te komen dat het écht een dagje thuis was.....
En toen gebeurde er iets zeldzaams: de televisie ging niet alleen aan voor een snelle Olympische nieuwsflits, maar bleef ook eens op die zender staan......
De Olympische Spelen......
Niet even kijken wie er gewonnen had, maar het ook echt volgen......
Voorbeschouwingen, herhalingen, commentaar, het hele pakket.....
Een soort nationale spanning die langzaam opbouwde, alsof heel Nederland tegelijk thuis zat en zijn adem inhield......
Pas tegen de avond kwam “ons” Nederland pas echt in actie......
De spanning steeg.....
Je weet hoe dat gaat: ineens zit je rechterop in die comfortabele stoel, alsof je persoonlijk invloed hebt op de race.....
Handen om de leuning geklemd......
Alsof jij, als je maar hard genoeg meekijkt en schreeuwt, die laatste meters kunt doorduwen......
Maar eerlijk… wat is topsport eigenlijk een vreemd, bijna wreed systeem.....
Vier jaar lang trainen.....
Vier jaar vroeg opstaan, spierpijn, blessures, opofferingen, gemiste verjaardagen, gemiste vakanties, gemiste etentjes......
Vier jaar leven met één doel: dat ene moment......
Dat ene startschot......
Die ene sprong......
Die ene bocht......
En dan moet alles precies goed, zeg maar perfect vallen.....
Het lijf moet meewerken, het ijs of de sneeuw moet goed zijn, de vorm moet kloppen, het hoofd moet rustig blijven......
Alles......!
En dan kan het verschil tussen eeuwige roem en een vergeten plek op de uitslagenlijst… een tiende van een seconde zijn.......
Eén honderdste zelfs.....!!!!
Dat is minder tijd dan een oogknipper..... Minder dan de tijd die het kost om te bedenken of je nog een slok koffie of thee wilt nemen......
En daarin zit het verschil tussen een volksheld worden of met een brok in je keel naar huis vliegen......
Ik vind het pure frustratie.......
En toch… toch zit je te juichen alsof je er zelf een medaille bij krijgt.....
Je voelt de opluchting als iemand het wél haalt.....
Het is prachtig.....echt prachtig......
Maar die andere kant… die koppies vol teleurstelling.....
Die betraande ogen......
De woede.....
Het verdriet.....
Die sporter die net naast het podium staat, met misschien toch voor het oog van de camera een glimlach die nét niet echt is.....
Je ziet het denken achter die blik: vier jaar… vier jaar voor dit......
En dan de gedachte dat er weer vier jaar voorbij moeten voordat er een nieuwe kans is.....
Vier jaar waarin je ouder wordt, waarin anderen sneller worden, sterker, beter.....
Vier jaar waarin een blessure, een verkeerde beslissing of gewoon pech alles kan veranderen......
Of nog erger: weten dat dit je laatste kans was......
Dat de volgende Spelen niet meer voor jou zijn......
Dat er nieuwe sterren opstaan, jonger, frisser, sneller......
En dat jouw moment… gewoon voorbij is.....
Met een kop thee, een dekentje en de afstandsbediening......
Dan leef ik wel mee vanaf de zijkant.....
Juichen met de winnaars, slikken bij het verlies, en vooral heel blij zijn dat ík niet op dat ijs of in die sneeuw hoef te staan met vier jaar hoop op mijn schouders......





Geen opmerkingen:
Een reactie posten